zondag 28 november 2004

2004 / 28 nov. Hajenius & Geurts

Hajenius en Geurts bij Pictura

Op zondag 28 nov. 15.00 uur wordt bij Galerie Pictura de expositie, van de schilder Pantaleon Hajenius, met abstracte melodieuze schilderijen en Godelieve Geurts, met objecten als trappetjes en stoeltjes, door de Venlosche Stadsdichter Koos van den Kerkhof geopend. Het werk is te zien t/m 15 januari 2005 aan de Aijenseweg 16b te Aijen (gem.Bergen L.), open di t/m za 14.00-17.00 uur en op www.galeriepictura.nl

Pantaleon Hajenius schilderde in de jaren negentig van de twintigste eeuw, rustig doorwerkte kleurvlakken met de intimiteit van ensemble muziek. Titels verwezen daar ook naar, zoals: Aimez-vous Brahms?, Ut queant ( uit een gregoriaanse tekst) of: La nota sbagliata ( de verkeerde noot) Het is ook zijn volle overtuiging dat, zowel het maken van schilderijen als het uitvoeren van muziek, bij hem uit eenzelfde bron komen.

De werken, welke hier bij Galerie Pictura geëxposeerd worden, komen uit een recente serie die hoofdzakelijk is geïnspireerd door de Afrikaanse, special Malinese muziek. De aardse verbondenheid en de subtiele geest die deze muziek ademt, stimuleerde hem tot pulserende geheimzinnige en vrolijke werken. Naast het schilderen beluistert Hajenius muziek uit  alle tijden en alle landen ( “als het maar “duende “ziel, heeft”)

Godelieve Geurts, beeldhouwster uit Roermond, heeft de Academie voor Kunst en Vormgeving ’s-Hertogenbosch gevolgd in de jaren ’71 – ’76, en werkt vanuit een creatieve chaos, maar ook vanuit communicatie denk ik steeds extremer tot ik iets voor me zie dat in een intens proces van Snijden, branden, lassen, slijpen, walsen, beuken en combineren wordt voltooid. Zij tekent met ijzerdraad een paard, dat uit de mythologie lijkt ontsprongen; haar Pegasus raakt met lichte toets de bodem. Hij kent de grenzen van zijn schreden niet; waar hij terecht komt welt een zilte bron. Daar volgt Godelieve Geurts de trek van de materie, ze plooit en klopt en polijst stalen schalen tot tafels en zetels. Alles zit als gegoten. Niets van het meubel blijft werkeloos. Soms groeit zo'n stoel onder haar hand uit tot een troon, waarvan het voetstuk wortelt in een onbeschreven heraldiek. Zo communiceert Godelieve Geurts via haar stoelen, keramische objecten, haar tafellampen daadwerkelijk, ook met mensen die weinig op hebben met moderne vormgeving. De kijker wordt bijna steeds een gebruiker. Niets staat de ervaring in de weg. Uiteindelijk wordt hij in een ontwapenend genot zichzelf waar.
Je voelt je nooit een indringer. Integendeel, de objecten brengen je over de drempel van een kleine wereld waar de fantasie regeert en de sympathie wordt geprikkeld.










zondag 21 maart 2004

2004 / 21 mrt. Ron Rooijakkers

Communicatie tussen vrouwen en zaaddozen

Zondag 21 maart is onder enorme belangstelling de expositie geopend van Ron Rooijakkkers en Jacqueline van Munster. Volgens Galeriehouder Roel van der Veen is het lang geleden dat er tijdens een opening zoveel verkocht is.
Door de harmonieuze beelden van Ron Rooijakkkers te combineren met de organische schilderijen van Jacqueline van Munster ontstaat er een communicatie tussen twee verschillende uitingen van kunst die elkaar in deze expositie ontmoeten.
T/m 9 mei bij galerie Pictura, aan de Aijenseweg 16b  te Aijen (gem.Bergen L.),
 open di t/m za 14.00-17.00 uur en www.galeriepictura.nl

Ron Rooijakkers is geboren in 1947 in Meijel, een dorp in de Peel, in een gezin met 11 kinderen waarin creativiteit en harmonie veel aandacht kregen. Ze verliet Meijel op haar 18e om te studeren en te werken in de gezondheidszorg. Ron ontwikkelde haar creativiteit naast werk en gezin, met cursussen in dans, expressie, theater en beeldend werk. De laatste jaren staat het werken met keramiek centraal. Als autodidact treedt zij sinds kort met haar werk naar buiten. Haar beelden verwijzen naar de vrouwfiguur en zijn met gevoel en met fantasie gemaakt. Hoewel zeer divers van vorm hebben ze de toepassing van harmonieuze lijnen gemeen, die vaak worden versterkt door een verrassende uitwerking op een detail. De beelden getuigen van vitaliteit; toch wil Ron daarin ook de kwetsbaarheid en de vergankelijkheid van het leven laten zien. Haar beelden blijven daardoor boeien.

Jacqueline van Munster studeerde af in 1992 aan de kunstacademie te Tilburg, met als afstudeerprojekt “kamertjes”. Daarna volgden de thema’s:
“dementie” - “eten” - “schelpen” - “koningen en koninginnen”.

Mijn werk is altijd thematisch van opzet. Het ene onderwerp ontstaat meestal vanuit het vorige onderwerp, zo tekende ik een jaar in een verpleeghuis en ontstond het thema dementie.
Het thema schelpen is ontstaan naar aanleiding van mijn drieling zijn. Ik zocht een vorm wat daar bij paste: verschillende schelpen met als een moeder: de zee.
Koningen en koninginnen is weer ontstaan door het feit dat ik samen  met mijn twee zussen op koninginnedag ben geboren. 

Hierna ontstonden mijn organische schilderijen, waarin ook een vorm van communicatie te herkennen is. Mijn “organische” schilderijen voeren een gesprek met zichzelf. Er zijn werken die alleen hun eigen bloeiwijze laten zien. Daarnaast zijn er ook werken waarin twee schilderijen ineen zitten (letterlijk). De één is een antwoord op de ander en andersom. 
Zij vertellen een verhaal: groei en bloei,  luistering - ontluistering, van knop tot uitgebloeide bloem of vorm. Het één komt voort uit het ander. Dit toont zich als een film.
Ook zijn er zaaddozen te zien. Een organische vorm welke al een “leven” achter zich heeft.
De rijpheid van een vrucht zorgt ook voor een rijpheid in vorm en kleur.
Een vorm die net nog niet openbarst maar al wel een spanning in zich heeft; het verhaal laat zich raden. Die verschillende stadia wil ik laten zien als een verhaal.












Ook heb ik een hele serie bloeivormen op paneeltje geschilderd van 25 bij 25 cm.



dinsdag 9 september 2003

2003 / 9 sept. Richard Smeets

Richard Smeets exposeert in Galerie Pictura

Vanaf  9 sept. is van de beeldend kunstenaar Richard Smeets,  bijna de gehele collectie zeefdrukken, die hij de afgelopen jaren heeft gemaakt heeft, te bewonderen bij Pictura.

Hij werd geboren in 1955 in Gennep en ging, na de middelbare school, naar de Stadsacademie voor Toegepaste Kunsten in Maastricht. In 1978 was hij klaar met z’n studie en algauw raakte hij bekend door een presentatie van zijn werk op de Fiac in Parijs.
Zijn eerste grote tentoonstelling in 1985 bij de amsterdamse galerie Krikhaar werd al spoedig gevolgd door andere exposities in binnen- en buitenland.( o.a. Frankfurt, Bazel, Stockholm en New York)

Het werk van Richard Smeets kenmerkt zich door de ogenschijnlijke abstractie en kleur. Echter bij een langer kijken, neemt men toch een werkelijkheid waar. Het uitgangspunt bij zijn werk is duidelijk figuratief, maar tijdens het beeldend proces vindt er een vermenging plaats van figuratief-  nonfiguratief, waardoor de herkenbaarheid van de eerst ontstane vorm bijna niet-herkenbaar wordt door de verwerking van beeld en kleur. In grote lijnen is zijn werk onder te brengen in drie perioden.

In de eerste periode stond de vrouw centraal, waarin de kleuren licht van toon waren.
De tweede periode stond in het teken van zijn reis naar Azië (1989), waar hij een workshop voor kunstenaars leidde, op uitnodiging van het Maleisische ministerie van Cultuur.
De kleuren werden nu donkerder en geheimzinnig.
Een aantal jaren werd hij in beslag genomen door zijn herinneringen en schetsen van het land, waar hij een zekere binding mee had, door de afkomst van zijn moeder.
Een triptiek voor het circustheater in Scheveningen, dat als titel “ De dood van de Wajangpop” had, vormde voor hem de afsluiting van de periode waarin hij geïnspireerd werd door zijn ervaringen in Azië.

Het kleurgebruik in zijn derde periode zou je bijna een afgeleide kunnen noemen van het kleurgebruik van zijn
Aziatische herinneringen. Nu is Holland met zijn typische landschappen, luchten, water, molens en tulpen zijn onderwerp.
En ook nu lijkt zijn werk abstract, hoewel er duidelijk uitgegaan blijkt te zijn van de hollandse steriotypen, die uitgewerkt worden tot een geheel van figuratief en non figuratief met de illusie van diepte.








zaterdag 11 januari 2003

2003 / 11 jan. Janneke Bruines - Andre Strasek

Passie bij Galerie Pictura

Door Karel Bruinsma 


Door de expressieve keramische kunst van Janneke Bruines te combineeren met de impressionistische schilderijen van André Strasek ontstaat een spannende en uitbundige expositie waarin de passie voor de kunst de verbindende schakel is. De expositie wordt vrijdagavond 10 januari om 20.00 uur door dhr. Koos Tuitjer, kunstcommissielid gem. Bergen en schrijver over kunst geopend. De opening wordt opgeluisterd door het duo Seanews, zij brengen Ierse liederen ten gehore.

André Strasek  schildert vanuit zijn hart. Hij wil zijn innerlijke belevingswereld blootleggen in olieverf. Soms fel en soms ingetogen van kleur maar altijd gepassioneerd. Wat het woord is voor de dichter of de schrijver is het penseel en de verf voor Strasek. Zijn taal is er een van kleur in plaats van woorden.
Straseks werk is soms figuratief, dan weer abstract maar het is vooral impressionistisch. Het gaat hem om de emotie die hij voelt en die hij in kleuren op het doek wil zetten. Zij werk verveelt nooit. Het nodigt de beschouwer telkens opnieuw uit om nog eens een blik op het doek te werpen. Er valt altijd iets nieuws te ontdekken. Zelf geeft de schilder aan dat o.a. Richard Smeets een inspiratiebron voor hem is. Dat is soms zeker herkenbaar maar Strasek heeft duidelijk een eigen stijl. Zijn met passie geschilderde werken zijn krachtig en sterk en toch ook verstild en soms meditatief. Kortom: Strasek is Strasek en niet in een hokje te vangen.

Janneke Bruines schilderde en tekende al toen ze een klein meisje was. Maar in 1993 verloor ze haar hart aan de klei. Ze woonde toen met haar gezin in een dorpje nabij het Franse Grenoble. Daar leerde ze een pottenbakster kennen die haar met de klei in aanraking bracht. Terug in Nederland volgde Janneke nog meer lessen.
Het resultaat is een kleurrijke en expressieve vormentaal. De mens, meestal vrouwen, en vogels zijn regelmatig terugkerende themas in haar werk. Grappig, uitbundig en vol fantasie. Fantasie heb je ook wel nodig als keramiste, meent Janneke. Overigens zijn haar beelden niet realistisch maar beeldt Janneke een eigen wereld en taal uit. Ook maakt ze torens van bollen. Uit ronde organische vormen creëert ze torens vol kleur. Maar soms vormt een bol de basis voor een slanke vrouwenfiguur of een vreemde vogel met soms menselijke trekjes. Fantasie en passie kenmerken het werk van deze Beuningse keramiste en passie is wat deze twee kunstenaars in deze boeiende expositie bij galerie Pictura bindt. U moet beslist eens kennis met hen gaan maken!

Passie bij Pictura, te zien van 11 januari  t/m 2 maart.






zaterdag 14 december 2002

2002 / 14 dec. Annelies Hoek

Kunst is als de liefde, je voelt het in je binnenste

Annelies Hoek exposeert bij Galerie Pictura

In Galerie Pictura wordt op vrijdagavond,  14 december om 20.00 uur, door  Patrick Berben, verbonden als antropoloog - advocaat aan het Tropenmuseum in Tervuren (B) , de expositie van Annelies Hoek geopend. Zij is bekend geworden door haar portretten van  b.v. Koningin Beatrix en Kardinaal Simonis, en exposeert portretten, naakten en stillevens.
Tot en met 12 januari 2002, dinsdag t/m zaterdag tussen 14.00 u. en 17.00 u. te bezichtigen, bij Galerie Pictura - Aijenseweg 16b - Aijen (Gem. Bergen Lb.)

Annelies Hoek werd  in 1943 in Geleen geboren. In het gezin Hoek was het gebruikelijk dat ook de meisjes voor zichzelf zouden kunnen zorgen. Het kostte de jonge Annelies dan ook enige moeite alvorens zij de richting op mocht die ze wilde: de schilderkunst. Inmiddels heeft Annelies zich gevestigd als een begenadigd en veelgevraagd portretkunstenares. Zelfs H.M. Koningin Beatrix poseerde voor de in Weert woonachtige kunstenares. In haar ruime boerderijtuin staat een in stijl gebouwd atelier, ruim en licht, vol met portretstudies, naakten en stillevens. Een kleurige omgeving waar ik ogen te kort kom.

De gastvrije kunstenares begint meteen enthousiast over haar werk te praten. Het is haar passie waar ze vol van is en tegelijkertijd relativeert ze de dagelijkse praktijk. “Portretschilderen is eigenlijk geen kunst,” zegt ze, “het is een vies woord”. Ik kijk haar vragend aan. “Portretschilderen is werk in opdracht, daar verdien je geld mee en daarom noemen echte kunstenaars het geen kunst, want het is geen vrij werk.” Meent ze dat nou of is het bescheidenheid? “In ieder geval werd er vroeger op die manier tegenaan gekeken. Ik geloof wel dat het nu wat meer geaccepteerd is. En eerlijk gezegd is het wel kunst, maar het is ook een vak. Als je de techniek niet beheerst, kun je het wel schudden. Ik heb in de loop der tijd gemerkt dat ik dit goed kan. Ik heb wel eens gedacht om een landschap te schilderen maar dat ligt mij niet. Het portret wel. Ik ben erg op mensen gericht. Niets is boeiender dan de mens. Het is soms millimeterwerk om de juiste uitdrukking te pakken, maar dat is nou net het mooie van mijn werk.”

Reddende engel
Annelies wilde altijd al tekenen en schilderen. Op de lagere school mocht ze al van de meester kabouters en elfjes op het bord tekenen omdat ze dat zo goed kon. En ook thuis tekende ze dat het een lieve lust was maar het was natuurlijk geen vak waarin je je brood kon verdienen. Dus moest Annelies een degelijke opleiding gaan volgen. Dat werd de A verpleegkunde. Maar ze hield het niet vol. Ze voelde zich doodongelukkig. Schilder Sierk Schröder werd haar reddende engel. Schröder en haar ouders deelden gezamenlijke vrienden. Deze vrienden toonden tekeningen van de jonge Annelies Hoek aan Schröder waarop deze het advies gaf om met een dergelijk talent naar de academie te gaan. En zo mocht Annelies alsnog naar de academie. Als 21 jarige kwam ze in Amsterdam terecht. Daar studeerde ze vier jaar en in 1969 verliet ze de academie.

Schilderen is als ademen
In die woelige jaren leerde ze haar man Hans kennen, ze trouwden en kregen twee schatten van kinderen. Ze bleef bewust schilderen. “Het portret was mijn redding. Via familie, vrienden en kennissen ging de mare rond dat Annelies zo goed kon schilderen en dan werd gevraagd om een portret van deze of gene dierbare te maken. Dat heeft mij me’n penseel doen blijven vasthouden. Ik geloof dat als ik toen gestopt was, later de drempel erg hoog zou zijn geweest. Alhoewel, het zit in het bloed dat schilderen. Juist dankzij mijn weerstandsvermogen ben ik gaan schilderen. Je voelt dat je het kunt en ik wilde niets anders. Schröder zei over die behoefte: ‘Schilderen is net als ademen. Als ik niet meer adem, ga ik ook dood’.  Daar kan ik me wel in vinden. Daarom heb ik doorgezet.”

Een gezicht is als een landschap
Zo op het eerste gezicht oogt haar werk tamelijk traditioneel. Het is heel toegankelijk en kleurrijk. Maar het kenmerkt zich wel degelijk door een eigen stijl. Hoek’s kenmerk is een vlotte toets waardoor haar werk naar impressionisme neigt, een impressionisme dat sterker naar voren komt in haar vrije werk. Binnen de portretkunst is ze wel aan bepaalde grenzen gebonden. Maar ze tast die grenzen voortdurend af. “Een gezicht is voor mij een landschap. Je moet tot iemands ziel doordringen en die essentie proberen weer te geven in het portret. Als mensen hier komen poseren, zien ze er meestal op hun paasbest uit. Maar poseren kost wel enige tijd en op een gegeven moment zakken de meesten door hun pose heen en komt de werkelijke mens tevoorschijn. Dat moment moet ik hebben.” Ze voelt zich verbonden met Frans Hals en Henri Matisse. Dat is niet zo gek. Hals portretten zijn ook met een snelle toets opgezet en de aan de handen besteedt hij soms minder aandacht. Dat zie ik op eens terug in één van de portretten die Annelies laat zien. Ze verontschuldigt zich zelfs voor de handen want die zijn nog niet af, maar die vallen mij niet op. Het is het gezicht dat spreekt en alle aandacht trekt. “Voor de schilder zijn de handen wel heel belangrijk,” zegt ze, “want als je goed handen kunt schilderen, lukt de rest ook. De handen zijn het moeilijkst.”

Mijn werk is mijn verhaal
In haar atelier hangt ook veel vrij werk. Naakten in krijt en olieverf. Ook hier die snelle toets. Houtskool tekeningen van Afrikaanse moeders en hun kinderen. Annelies en haar man hebben een bijzondere band met het zwarte continent. Ze hebben twee jaar in Kenia gewoond en het blijft trekken. “Een paradijselijke tijd,” zegt Annelies met enige weemoed. Ze toont haar schetsboek met markante Afrikaanse koppen. Een aantal hiervan vindt straks hun weg naar de Memisakalender. “Ik vertel met mijn werk een verhaal zoals een schrijver dat doet met letters. In mijn werk laat ik zien wat ik beleefd heb. Als die ander dat begrijpt, heb ik contact gemaakt en daar doe ik het voor. Als ik mensen met mijn werk bereik en gelukkig maak dan vind ik dat prachtig.” Ze experimenteert met kleuren en er ontstaat een levendige voorstelling. Of het nu een bord vijgen is of een Afrikaanse vrouw.

Kunst is als de liefde
Voor de expositie bij galerie Pictura maakt Annelies vooral vrij werk. Het wordt in meerdere opzichten een bijzondere tentoonstelling. Bijzonder vanwege het sprekende werk dat Annelies Hoek maakt en bijzonder omdat Annelies niet zo heel vaak exposeert. Een buitenkans dus om kennis te maken met een vaardig kunstenares en een charmante vrouw. “Ik een kunstenaar?,” lacht ze, “ik hoop het. Ach wat is kunst. Het is net als de liefde. Kun je de liefde onder woorden brengen? Het is iets wat je voelt, het heeft met echtheid te maken. Maar kunst is relatief. Ik was aan het schilderen toen die vreselijke terreuraanslag in New York had plaatsgevonden. Ik hoorde het op de radio en dacht eerst dat het een ongeluk was. Totdat mijn man belde en zei dat ik naar de televisie moest kijken omdat er iets ergs gebeurd was. Toen ik die torens zag instorten, dacht ik ‘waar ben ik nou mee bezig?’ Maar ja aan de andere kant hebben we kunst in ons bestaan nodig. Neen het is geen eerste levensbehoefte maar het maakt de wereld wel mooier. En dat hebben we hard nodig, misschien wel juist in moeilijke tijden!”



























dinsdag 26 november 2002

2002 / 26 nov. David Schneuer

David Schneuer: kunstzinnig getuige van het Europa tussen de beide wereldoorlogen
Unieke expositie in galerie Pictura, Aijen
Door Karel Bruinsma

Het is galerie Pictura gelukt om een bijzondere expositie samen te stellen rond het werk van David Schneuer. Een opmerkelijke kunstenaar wiens werk zich bevindt in de collecties van grote musea over de hele wereld, van ons eigen Rijksmuseum tot het Boston Fine Art Museum. Schneuer=s werk is verwant aan het Duitse expressionisme maar valt ook op door de subtiele humor die hij in zijn schilderijen en tekeningen legt.
De opening  wordt op vrijdag 22 nov. om 20.00 u., verricht door drs. Ron Manheim, adjunctdirecteur  van het Museum Schloss Moyland te Bedburg-Hau(D)

David Schneuer zag in 1905 in het Poolse Galicia het levenslicht. Hij groeide tot zijn achttiende jaar op in München. Daar bezocht hij de Kunstgewerbeschule.
In 1920 vertrok de jonge Schneuer naar Parijs om te werken in het centrum van de moderne kunst. Hij maakt kennis met het werk van o.m. Picasso, Bracque en Chagall. Acht jaar later keert hij terug naar München waar hij in aanraking komt met de Duitse expressionisten als Georg Grosz, Max Beckmann en Ernst Ludwig Kirchner. Vooral die laatste was van grote invloed op de ontwikkeling van David Schneuer. Het was de bloeitijd van het expressionisme.
Israël
Schneuer ging aan het werk als decorontwerper en ontwierp affiches voor het Münchener Schauspielhaus. Hij ontwierp onder meer de affiches voor de voorstellingen van Berthold Brecht. In deze periode verfijnt Schneuer zijn techniek als lithograaf. Zijn connecties met Brecht en het Schauspielhaus, zijn expressionistische manier van werken, maar vooral zijn Joodse komaf zijn voldoende redenen voor het Naziregime om deze verdachte kunstenaar als >entartet= te beschouwen. Hij wordt in 1933 gearresteerd en in Dachau opgesloten. Het lukt Schneuer dan nog om in hetzelfde jaar te emigreren naar Palestina. Hij vestigt zich in Tel Aviv waar hij tot zijn dood in 1988 blijft wonen.
Getuigenis
In Israël heeft Schneuer grote invloed op de ontwikkeling van de moderne kunst in het jonge land. Hij ontwerpt wandschilderingen voor tal van openbare gebouwen en pleinen niet alleen in Israël maar ook in het buitenland. David Schneuer observeerde de wereld en de mensen om hen heen en transformeerde zijn indrukken op humorvolle wijze op het doek. Daarmee gunt hij de toeschouwer een blik op het leven in de jaren twintig en dertig. Ook in zijn latere werk blijft Schneuer zijn motief van mensen en de relaties die zij onderling leggen, trouw. De mensen lijken figuranten die zijn weggelopen uit de opera la Bohème of de romans van Baudelaire of de posters van Toulouse-Lautrec.
La jolie vie
Het is alsof de toeschouwer over Schneuer=s schouder meekijkt terwijl Schneuer in een hoekje van een Parijs café de mensen om hem heen in zich opneemt. Dan pakt Schneuer zijn schetsboek en zien we het Parijse jolie vie zich aan onze ogen voltrekken. We zien de dames flirten met de heren die daar op hun beurt duidelijk niet ongevoelig voor zijn. In zijn werk is Schneuer=s ambacht als affiche ontwerper onmiskenbaar aanwezig. Hij combineert vakmanschap met subtiele humor en een licht ironische kijk op het hem omringende leven. Dat maakt zijn werk tot een blijvende getuige van het leven tussen de beide wereldoorlogen.

David Schneuer is te zien van 26 november t/m 4 januari 2003.











dinsdag 10 september 2002

2002 / 10 sept. Corneille

CQRNEILLE TE GAST BIJ GALERIE  PICTURA

Van 10 September t/m 28 September zijn er bij in galerie Pictura te Aijen (gem.Bergen L.)
zeefdrukken op linnen van de bekende kunstenaar Corneille. Het bijzondere van deze expositie is dat de werken op linnen gedrukt zijn en haast niet meer te onderscheiden zijn van originele werken.

Op 8 november 1948 kwam in het Parijse café Notre Dame een aantal jonge, teleurgestelde kunstenaars bijeen. Het  waren representanten van experimentele kunstenaarsgroepen uit Belgie, Nederland en Denemarken. In een vlammend manifest verklaarden ze de oorlog aan de bestaande culturele instituten en kunstpausen. In hun ogen was de artistieke vrijheid onbeperkt en moest de verbeelding aan de macht. De naam ‘Cobra* werd een tijdje later bedacht en was een speelse samenvoeging van de beginletters van Copenhagen, Brussel en Amsterdam, de steden  waaruit  ze vandaan kwamen. Twee jaar zou Cobra maar bij elkaar blijven. In 1951 viel de groep weer uiteen, maar achteraf gezien is Cobra dé aanjager geweest van de moderne kunst in het Europa van na de Tweede Wereldoorlog. Cobra  was synoniem met modern, revolutionair en taboe doorbrekend. Cobra werd door de critici de grond in gestampt of de hemel in geprezen.

Vier en vijftig jaar na de roerige bijeenkomst in Parijs, gaat vanaf vrijdag 30 augustus 2002, in galerie Pictura in Aijen een tentoonstelling van start van één van de meest  prominente ondertekenaars van het manifest van toen. De beroemde kunstenaar Corneille - pseudoniem van Cornelis Guillaume van Beverloo (1922) - laat rond de dertig seriewerken op doek  zien. De zeefdrukken ontstonden in de periode 2001 tot heden. De tentoonstelling is een heerlijk spel van kleur en vorm, waarje met goede zin vandaan komt. Corneille*s werk is namelijk uitbundig en verraadt een fundamenteel positieve instelling. Hij is niet de kunstenaar die het onpeilbare van het levensdrama  probeert te verbeelden. Integendeel, uit zijn werk spreekt juist levensvreugde. De subtiele lyricus die Corneille is, wordt geraakt door muziek, de schoonheid van het vrouwelijk naakt, het gefluit van een merel of de kleuren van een vlinder. Daarvan getuigt hij nu al meer dan een halve eeuw in een niet aflatende stroom van schilderijen, tekeningen, grafiek en sculpturen.


Corneille staat dicht bij de mensen, zijn  werk is makkelijk  toegankelijk. Hij laat ons door kinderogen de ons omringende wereld zien. Die directe aanspreekbaarheid heeft er toe bijgedragen dat Corneille éën van de meest succesvolle Nederlandse kunstenaars van deze eeuw werd. Een succes dat overigens onze landsgrenzen allang heeft overschreden: Corneille*s ster straalt internationaal. Waarom dat terecht is, kunt u zelf zien, van 10 September  tot en met zaterdag 28 september, in Galerie Pictura in het Noord-Limburgse Aijen.